Het Verbond van Verzekeraars heeft in mei 2006 de ‘Commissie transparantie beleggingsverzekeringen’ (ook wel commissie De Ruiter genoemd) ingesteld. De commissie stond onder leiding van oud-minister en voormalig ombudsman Job de Ruiter en heeft onderzocht hoe verzekeraars betere informatie kunnen geven over beleggingsverzekeringen. In december 2006 is er een "Eindrapport De Ruiter" opgeleverd. Hierin staan de informatiemodellen (zie hieronder) die verzekeraars gaan gebruiken bij het geven van informatie.
Modellen Commissie De Ruiter
De Goudse heeft de aanbevelingen van de Commissie De Ruiter overgenomen en gebruikt de informatiemodellen om je te informeren.
Op meerovercompensatieregelingen.nl vind je meer informatie over beleggingsverzekeringen en het standpunt van het Verbond van Verzekeraars over het rapport van de Commissie De Ruiter.
Omdat er in de jaren negentig sprake was van een zeer gunstig beursklimaat en de overheid aantrekkelijke fiscale mogelijkheden bood, waren beleggingsverzekeringen aanvankelijk erg populair. Steeds meer mensen gingen, vaak op advies van een verzekeringsadviseur, maandelijks geld opzij zetten om zo te profiteren van de beursontwikkelingen. Het doel was een mooi eindkapitaal, gecombineerd met de zekerheid van een overlijdensrisicoverzekering. Toen in 2000 de beursrendementen begonnen te dalen, verloor de beleggingsverzekering echter zijn glans. Hierdoor kwam er in de jaren die volgden meer en meer aandacht voor de kosten die door de verzekeringsmaatschappijen in rekening werden gebracht.
Steeds meer partijen uitten kritiek op het gebrek aan transparantie, de hoogte van de kosten van beleggingsverzekeringen en op de beperkte voorlichting daarover aan de consument. Het consumenten tv-programma Radar lanceerde de term 'woekerpolissen'. Een begrip dat inmiddels algemeen bekend is. De Ombudsman Financiële Dienstverlening boog zich in 2008 over de kosten van beleggingsverzekeringen. Hij vergeleek deze met de kosten van andere producten voor vermogensopbouw, zoals beleggen via de bank. Hij vond dat de verzekeringmaatschappijen met terugwerkende kracht eigenlijk een kostenmaximum van jaarlijks 2,5% over de opgebouwde waarde van de polis moesten hanteren, gemeten als gemiddelde over de gehele looptijd. Tevens gaf hij aan een kostenniveau van jaarlijks meer dan 3,5% als te hoog te beschouwen.
Schikkingen met verzekeraars
De maatschappijen lieten het niet op een lange juridische strijd aankomen. In 2008 en 2009 werden schikkingen getroffen tussen een aantal grote verzekeraars met de stichting Woekerpolis claim en de stichting Verliespolis. Andere verzekeraars, zoals De Goudse, troffen eigen regelingen die door de Ombudsman Financiële Dienstverlening als ten minste gelijkwaardig zijn vastgesteld. Essentie van de regelingen is dat bij alle vóór 1 januari 2008 afgesloten beleggingsverzekeringen, achteraf een maximum jaarlijks kostenpercentage wordt gehanteerd voor advies, administratie en beheer van de beleggingsportefeuille. Als een verzekeraar over de hele looptijd meer aan kosten heeft ingehouden, wordt het verschil aan de klant geretourneerd.
Uitgangspunten van de regelingen
De klant die meer kosten heeft betaald dan het maximum over de hele looptijd, ontvangt een tegemoetkoming. De hoogte van dat bedrag wordt dus ook bepaald aan het einde van de looptijd. Het terug te betalen bedrag wordt toegevoegd aan het opgebouwde vermogen dat wordt uitgekeerd.
De afspraken hebben uiteraard alleen consequenties voor verzekeringen waarbij op de einddatum blijkt dat in totaal meer kosten zijn berekend dan volgens het maximum was toegestaan. Als de berekende kosten lager blijken te zijn, dan zal er geen terugbetaling plaatsvinden. Dat is, blijkens een feitenonderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), bij ongeveer tweederde van de polissen het geval.
In de regelingen is ook afgesproken dat de verzekeraars nog een extra tegemoetkoming betalen in uitzonderlijke gevallen waarbij de verzekerde door omstandigheden met zijn beleggingsverzekering in de problemen is gekomen. De hoogte van de premie voor overlijdensrisicodekking is bij verzekeringen met een geïntegreerde risicoverzekering afhankelijk van de opgebouwde waarde. Bij overlijden vult de verzekeraar de opgebouwde waarde aan tot het afgesproken bedrag. Bij een waardestijging in de gekozen beleggingsfondsen is er daarom vaak minder risicopremie nodig voor het instandhouden van een afgesproken vast verzekerd bedrag. Bij een meerjarige waardedaling daarentegen, zal de opgebouwde waarde dalen. De premie voor de overlijdensrisicodekking blijft gelijk, of neemt zelfs toe tot een hoger bedrag dan de inleg. De waarde van de verzekering kan dan verminderen.
De Regeling geldt voor beleggingsverzekeringen die vóór 1 januari 2008 zijn afgesloten. Bij alle polissen die sindsdien zijn verkocht, heeft
De Goudse nieuwe transparantie-richtlijnen (modellen De Ruiter) gevolgd. Daarbij krijgt de consument vóór het sluiten van de polis en tijdens de looptijd altijd een helder overzicht van de waardeopbouw van zijn verzekering en van alle kosten en premies die aan de beleggingsverzekering worden onttrokken.
Meer weten?
In Model 1 van het rapport van Commissie De Ruiter vind je meer informatie over beleggingsverzekeringen. Dit model is bedoeld voor consumenten die zich oriënteren op het gebied van beleggingsproducten. Hierbij wordt verwezen naar specifieke productinformatie.
Als in de naam van je product de term Aktief Sparen, Aktief Beleggen, Verzekerd Sparen of Verzekerd Beleggen wel voorkomt, dan heb je een spaarkaspolis. Hierbij vorm je met de overige polishouders een 'beleggingsclub' en wordt de waarde van de belegging op de einddatum uitgekeerd. Als je overlijdt voor de einddatum, wordt de waarde van je verzekering verdeeld over de overige deelnemers, de waarde wordt niet aan je nabestaanden uitgekeerd. Maar als je vroegtijdig zou komen te overlijden, is het voor je nabestaanden natuurlijk wel van belang dat zij een uitkering krijgen. Daarom heb je bij deze polissen naast de beleggingsverzekering een aparte overlijdensrisicoverzekering afgesloten.
Als in de naam van je verzekering de term Aktief Sparen, Aktief Beleggen, Verzekerd Sparen of Verzekerd Beleggen niet voorkomt, dan is het volgende van toepassing. De overlijdensrisicoverzekering die je bij je beleggingspolis hebt meegesloten, is bedoeld om te garanderen dat je nabestaanden een afgesproken bedrag ontvangen bij overlijden voor de einddatum. Zo heb je de zekerheid dat er op dat moment een uitkering beschikbaar komt, bijvoorbeeld om de hypotheek af te lossen, ook als je dit bedrag met de stortingen in het beleggingsfonds nog niet hebt opgebouwd.
De polishouder maakt een positief rendement op het vermogen dat hij opbouwt als de beleggingen meer in waarde groeien dan hij aan kosten en premie voor de overlijdensrisicoverzekering kwijt is. Tot 2000 was dat bijna vanzelfsprekend. Als de koersen echter niet in voldoende mate stijgen en kosten en premies hoger zijn dan de inleg, dan zie je in het jaarlijkse overzicht van de vermogensopbouw een daling van de waarde van de beleggingsverzekering. Gedurende de looptijd kunnen plussen en minnen in het opgebouwde bedrag elkaar afwisselen. Dat zijn papieren winsten en papieren verliezen. Pas aan het einde van de looptijd, of als de opbrengst eerder wordt verzilverd, is te zien wat de aaneenschakeling van goede en zwakkere beursjaren per saldo heeft opgebracht.
Rendement versterkt zichzelf in een opgaande markt: er wordt rendement gemaakt op de inleg én op het rendement uit voorgaande periode. Omgekeerd gebeurt er iets vergelijkbaars: de basis waarop rendement wordt behaald wordt door koersverlies kleiner en het wordt vervolgens moeilijker om verliezen goed te maken.
Rekenvoorbeeld
In een rekenvoorbeeld maken we duidelijk wat het effect is van het beursklimaat en de kosten op de vermogensopbouw.
Inzage in je rendement
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) vindt het belangrijk dat je weet welke rendementen je kunt behalen met een beleggingsverzekering voordat je deze sluit. Daarom heeft de AFM bepaald welke drie soorten voorbeeldkapitaal verzekeraars moeten vermelden in hun offertes. Ook De Goudse gebruikt deze voorbeeldkapitalen. Niet alleen in offertes maar ook in het waardeoverzicht dat je jaarlijks ontvangt.
De verplicht weer te geven scenario's zijn de opbrengsten bij een:
Historisch rendement
Dit rendement is het gemiddelde bruto fondsrendement* over de afgelopen 20 jaar van het fonds waarin je belegt. Ieder jaar valt het oudste rendement van de reeks af en wordt het laatst bekende jaarrendement toegevoegd waarna het gemiddelde rendement opnieuw wordt vastgesteld. Let op! De berekening van het eindkapitaal kan ieder jaar sterk in hoogte verschillen. Dit komt omdat de hoogte van dit kapitaal berekend wordt over de gemiddelde rendementen van de afgelopen jaren die ieder jaar opnieuw berekend worden.
* bruto fondsrendement: het rendement op de belegging van je inleg in het betreffende fonds voordat de kosten van de fondsbeheerder ervan zijn afgetrokken.
Pessimistisch rendement
Dit rendement is gebaseerd op sombere verwachtingen. Er is bij de berekening gekeken naar het meest negatieve scenario en de tijd die nog rest om te kunnen herstellen van deze negatieve ontwikkelingen.
Vergelijkingsrendement
Dit rendement is een bruto rendement van 4%. Dit rendement wordt op langere termijn als norm beschouwd als het gaat om vermogensopbouw in z’n algemeenheid. Het wordt ook gebruikt om het resultaat van beleggingsverzekeringen te vergelijken.
Rendementen van de fondsen van De Goudse
Je leest op de pagina over onze beleggingsfondsen meer over de ontwikkeling van het rendement.
Vraag je adviseur om advies
Er zijn verschillende verbetermogelijkheden die je kunnen helpen om dichter bij je doelkapitaal te komen. Je adviseur kan je vertellen welke mogelijkheden voor jou het meest passend zijn.