Je verzekering kan op twee manieren tot uitkering komen: bij in leven zijn op de einddatum van de verzekering of bij eerder overlijden. Bij in leven zijn op einddatum komt de waarde van de verzekering beschikbaar. Als er sprake is van een vast verzekerd bedrag bij overlijden komt bij overlijden zowel de op dat moment opgebouwde waarde beschikbaar als een uitkering uit de overlijdensrisicoverzekering.
Hierdoor kunnen je nabestaanden beschikken over de afgesproken uitkering bij overlijden. De hoogte van de overlijdensrisicoverzekering is dan dus afhankelijk van de opgebouwde waarde.
Bij een daling van de koersen neemt de waarde van de verzekering af en moet er een hogere uitkering bij overlijden verzekerd worden.
De waarde van de verzekering en de hoogte van de uitkering bij overlijden zijn samen dus altijd gelijk aan het verzekerde bedrag bij overlijden dat op je polis staat.
Je premie-inleg wordt gebruikt om participaties te kopen in de door jou gekozen beleggingsfondsen. De overlijdensrisicopremie wordt gefinancierd door participaties te verkopen. Daardoor neemt het aantal participaties af. Bij dalende koersen gaat de waarde van je verzekering dus om twee redenen achteruit:
- de participaties zijn minder waard, en;
- er moeten meer participaties worden verkocht om de overlijdensrisicodekking te financieren.
Dit noemen we het negatieve hefboomeffect.
Dit effect kan ook omgekeerd voorkomen. Als de koersen stijgen, neemt de waarde van je verzekering toe en moeten er minder participaties worden verkocht voor de overlijdensdekking. Dit noemen we het positieve hefboomeffect.
Het gevolg van het negatieve hefboomeffect is dat de waarde van je verzekering daalt. Door de koersdaling zijn de participaties minder waard en worden er meer participaties verkocht om de risicopremie te betalen. Doordat je minder participaties bezit, die ook nog eens minder waard zijn, teer je in op de waarde die je hebt opgebouwd. Dit wordt het inteereffect genoemd.
Als dit zich over een langere periode voordoet, kan het voorkomen dat de waarde van je verzekering sterk wordt verlaagd, of zelfs helemaal wordt opgebruikt, om de overlijdensrisicopremie en de kosten te betalen.
De Goudse heeft voor alle FlexxVermogensplannen en Eigen Effect Plannen gekeken of dit inteereffect zich heeft voorgedaan in de periode vóór 2008. Als dat zo is, dan is hiervoor een tegemoetkoming uitgekeerd bij de uitvoering van de Regeling particuliere beleggingsverzekeringen De Goudse. Het effect kan echter ook in de resterende looptijden blijven voorkomen.
Wat als er bij je verzekering sprake is van het hefboom- of inteereffect?
Je kunt het hefboom- en inteereffect tegengaan door de huidige overlijdensrisicodekking te vervangen door een nieuwe dekking. Binnen je beleggingsverzekering wordt dan een aparte overlijdensrisicodekking opgenomen met het oorspronkelijke verzekerde bedrag. Hier rekenen we een premie voor die niet meer afhankelijk is van de waarde van de participaties maar die vooraf wordt vastgesteld voor de hele resterende looptijd en jaarlijks wordt aangepast aan de leeftijd van de verzekerde.
Je adviseur kan je helpen bij de vraag of er voor jou sprake is van een hefboom- of inteereffect en of het dan verstandig is dit te neutraliseren. Laat je daarom informeren over de mogelijkheden, de risico’s en de voorwaarden.